Jaco Benckhuijsen

Lily

door Jaco Benckhuijsen

Met snorkel en zwemvliezen glij ik door de grauwe zee. De bodem is zanderig met hier en daar wat stenen en troep. Geen oogverblindend tropsich koraal. Gewoon een kale ondiepe zeebodem.

Met snorkel en zwemvliezen glij ik door de grauwe zee. De bodem is zanderig met hier en daar wat stenen en troep. Geen oogverblindend tropsich koraal. Gewoon een kale ondiepe zeebodem.

Ik ben wat gaan zwemmen omdat ik vandaag niet kan vertrekken uit dat vieze guest house waar ik logeer. Het weer was vanmorgen te slecht om te gaan varen, en nu is het te laat om voor het donker nog ergens aan te komen. Snorkelend langs de kust probeer ik me nu vertrouwder te maken met het tropische water en alles wat daar in leeft.

Maar veel is er niet te zien. Alleen daarnet, bij de oude scheepswerf. Toen ik onder de romp van een roestig schip dook zag ik wat kleine visjes. Springende vlekjes, een groenige motorschroef, doorweekte takken op de zandbodem. Maar nadat ik mijn hoofd lelijk stootte tegen het roer ben ik weer teruggezwommen, langs het strand, naar mijn pension.

Lily zwaait met haar heupen en roept: ‘I’m miss East New Britain!’

Nee, het ziet er saai uit. Even boven kjken. Ja, daar staat Lily staat tussen de bomen en ze wuift. Een lila jurkje. Ik zwaai terug en glimlach. Lily zwaait met haar heupen en roept: ‘I’m miss East New Britain!’ ‘No, no.. you’re Miss Papua New Guinea!’ grap ik terug.

Ze is negentien. ‘Come’, wenkt ze.

Lily woont in de hut tussen mijn guesthouse en de scheepswerf. Een donker houten huisje op palen, en tussen die palen de keuken, waar haar moeder en broers rondhangen. Om het huis een grasveld met veel tropische planten in allerlei kleuren.

Ze kwam gisteren naar me toegelopen toen ik aan de waterkant krokodilletje aan het spelen was met haar gitzwarte kleine zusje. Grote donkere ogen op een rank lijf. Haar eerste vraag was: hoe ik heette. De tweede: of ik getrouwd was. Verderop zat haar broer Noah op een boomstam, met een baby die Lily’s kind bleek te zijn. ‘En ben jij getrouwd?’ vraag ik. Ze aarzelt. ‘Nou.. ik ben op een bepaalde manier getrouwd.’

Later hoor ik van haar oudere nicht dat ze zwanger is geworden van een getrouwde man toen ze nog op de high school zat. Lily ging van school en woont nu thuis om voor Isaac te zorgen. De man ontkent dat hij de vader is en geeft haar geen steun.

Ik ga staan en zet mijn duikbril af. Veeg het condens van het glas en spoel het mondstuk schoon.

Maar hier voel ik iets anders: nieuwsgierigheid. Ze giechelen en kijken en willen dansen.

De vrouwen op dit eiland zijn naar mijn smaak niet alleen mooier, ze gedragen zich ook anders dan de vrouwen op het vasteland. Ze zijn sexier gekleed, met korte rokjes en hemdjes. Dat zie je op andere plekken nooit. Op het vasteland laten de vrouw hun lichaam niet zien; de jurken vallen wijd en je ziet geen blote dijen. Flirten doen ze ook niet. Maar hier voel ik iets anders: nieuwsgierigheid. Ze giechelen en kijken en willen dansen, wat ze overigens ongelofelijk slecht doen, de meisjes in het guest house, en nu ook Lily, die een paar meter van me vandaan staat rond te draaien.

De Papoea’s grappen wel eens dat ik hier een vrouw moet gaan zoeken. Nee, zeg ik dan, die laat ik lekker voor jullie. En dat klopt ook. Bij ieder meisje dat ik kus zal ik verwachtingen en een onverwacht toekomstperspectief opwekken die ik de volgende dag laf moet kapotmaken als ik weer in mijn kayak stap. Maar Lily is de eerste tropische vrouw die het me moeilijk maakt met haar beschikbaarheid. Ik hoef maar het land op te lopen en mijn duikbril in het zand te gooien. Haar famile houdt zich afzijdig. Het strand is leeg. Ik kijk rond over de zee. Ik kijk naar Lily, met haar magische beloftes. En naar Isaac, de baby.

Ik zet mijn duikbril weer op en laat me zakken onder de zeespiegel. Daar in de verte glippen net een paar vissen de grauwe diepte in.

terug naar de verhalen

Site by Alsjeblaft!