Jaco Benckhuijsen

Paul Theroux

door Jaco Benckhuijsen

Ik ben niet de eerste die in Oceanië met een kayak van eiland naar eiland vaart. Reisschrijver Paul Theroux deed het begin jaren negentig en schreef er een interessant boek over: ‘The Happy Isles of Oceania’. Theroux’ reis besloeg een veel groter gebied, van Australië tot Hawaii, maar onze aanpak is in wezen hetzelfde: de kayak in de oceaan schuiven en dan de tijd, de golven en de plaatsen aan ons voorbij laten glijden. En de mensen met hun unieke geschiedenis die hun leven zo anders leven dan wij.

Theroux was lang niet altijd positief over de mensen die hij tegenkwam. Hij vond ze vaak vies, onverschillig en bizar bijgelovig. Hij voelde zich ook regelmatig bekeken en bespot door de eilandbewoners als hij in de weer was met zijn tent of boot. Eén keer voelde hij zich zelfs bedreigd.

En iets in mij zou graag willen leven als zij, zo fysiek, met de dagelijkse aanraking van de zee, de junglebodem en de warme wind.

Ik ken Paul Theroux niet en ik ben er niet bij geweest. Maar mijn ervaringen met de mensen hier zijn anders. In korte tijd heb ik veel Papoea’s gesproken, maar er is één ding dat ik nooit voel bij ze: minachting. Laat staan kwaadaardigheid. Zelfs over Australiërs, die hen bepaald niet als hun gelijke behandelen, zeggen ze, en alleen als je ernaar vraagt: we don’t like them so much.
Nee, ik vind deze Papoeamensen juist buitengewoon interessant en sterk, en iets in mij zou graag willen leven als zij, zo fysiek, met de dagelijkse aanraking van de zee, de junglebodem en de warme wind, met het geluid van varkens, junglevogels, branding en hanengekraai in de nacht, en met sterke handen die vis snijden en emmers water dragen. En ik geniet er van om die dingen samen met hen te doen: varen, zwemmen, knollen eten en slapen op een matje van palmbladeren.

Misschien is dat het. Misschien voelen ze die stille bewondering en die fysieke connectie, zoals ik die ook heb met de buurjongetjes in mijn stad, met wie ik af en toe een partijtje ga boksen.

Ja, er wordt door de Papoea’s wel gesmoesd en gelachen als ik met mijn spullen bezig ben, maar dat is volgens mij vooral nieuwsgierigheid. En ze kennen zelfspot, ze plagen elkaar voortdurend, deze mannen en vrouwen, van buiten geruwd door hun dagelijkse werk, van binnen open doordat ze alleen maar omgaan met mensen die ze al hun hele leven kennen, denk ik.

En zelfspot, merk ik, is hier de beste manier om contact te maken. Want ik heb natuurlijk een belachelijke hoeveelheid uitrusting bij me, draag een koddig spatzeil dat als een jurk om me heen hangt en heb bedroevend weinig kennis van de zee en de jungle hier.

Het zou kunnen dat Theroux in die tijd juist die zelfrelativering miste. Hij was net gescheiden. En misschien voelde hij toen sterker die kwetsbaarheid en afhankelijkheid die je als bezoeker van een vreemde plek per definitie hebt. Je kunt niets zonder de welwillendheid en openheid van de vreemde mensen die je ontmoet. Misschien was hij, na zijn huwelijk, bang om een eeuwige outsider te blijven, altijd een vreemde en een nieuwe, steeds bang om, zoals hij zelf schreef, ‘wat alle reizigers haten- ..niet serieus (te) worden genomen.’

terug naar de verhalen

Site by Alsjeblaft!