Jaco Benckhuijsen

De waarheid over krokodillen

door Jaco Benckhuijsen

Een niet te temmen gevaar. Een meedogenloze aanvalsmachine, gehard door de evolutie, niet aan te ontsnappen. Dat was wat ik hoorde over de zoutwaterkrokodillen die in de zeeën rond Australië en Papua Nieuw Guinea zwemmen.

Omdat ik er alleen zou gaan varen met mijn kayak moest ik me verdiepen in allerlei gevaren in dat onbekende gebied: losgeraakte visnetten, slangen, tropische stormen. Voor de meeste gevaren had ik wel iets bedacht dat me kon geruststellen: flinke halen met een fors mes, een injectienaald, een harde stomp op de snuit van de haai. Dat soort dingen. Maar de zeekrokodil bleef een mysterieus en ongrijpbaar gevaar.

Ik wist dat ze daar rondzwemmen, op zee en ook in rivieren, maar in mijn reisgids las ik er niets over.Tegelijkertijd stonden op internet filmpjes van bleke Australiërs die joelend lappen vlees voor de bek van zo’n reuzenhagedis hielden en vrienden die daar weer een smartphone voor hielden. Eén Australiër had een heel blog gewijd aan zijn bizarre hobby om door de stille modderige kreken te peddelen waar deze dieren meestal wonen. Hij had een foto met sporen van een krokodillenbeet in zijn harde polyester kano. Mijn kayak heeft een dunne rubber huid. Dat merkt een krokodil niet eens.

Eén Australiër had een heel blog gewijd aan zijn bizarre hobby om door de stille modderige kreken te peddelen waar deze dieren meestal wonen.

Op het net vond ik ook verhalen over het sluwe en roofzuchtige karakter van de krokodil. Hij ligt urenlang roerloos in het water. Alleen zijn neus, zijn ogen en het pantser van zijn rug steken boven de waterspiegel. Kijk, een boomstam, denk je. En hij loert naar je als je naar de waterkant afdaalt om je te wassen. Hij onthoudt die plek. Drie dagen later slaat hij toe, hij schiet uit het water, grijpt een arm of been in zijn bek en trekt je het water in. Behalve als je tegenstribbelt. Dan draait hij om zijn as, rolt je om en verdrinkt je in kniediep water.

Goed uitkijken dus, als je langs de waterkant loopt, en niet steeds op dezelfde plek gaan wassen of anderszins. Maar hoe zal het zijn als ik straks alleen langs die kusten vaar. Zwemmen ze dan achter me aan, besluipen ze me van onder de waterspiegel, of werpen ze zich met zijn allen op mijn boot vanuit woest schuimend water? Ik kon er niks over vinden. En als het gebeurde, kon ik ze dan afschrikken met felle kleuren of veel herrie, of een klap op hun kop? Daar las ik wel wat over: zeekrokodillen trekken zich daar niks van aan. En dat mijn boot net iets groter is dan de gemiddelde saltie maakt ook niet veel uit. Ze vallen vissersboten en paarden aan.

Het enige concrete advies voor een kayakker dat ik kon vinden was: ‘Wees vooral waakzaam en alert, want voor krokodillen is het verrassingselement hun belangrijkste wapen.’ Tja. Uitkijken dus. Maar hoe zou zo’n reptiel er in zee uitzien? Zou je hem makkelijk herkennen tussen de vinnige golven van een winderige zee? Hoe hard kan hij zwemmen, en van hoever zou hij mij kunnen zien?

Tja. Uitkijken dus. Maar hoe zou zo’n reptiel er in zee uitzien? Zou je hem makkelijk herkennen tussen de vinnige golven van een winderige zee?

De vage informatie die ik over de beesten te pakken kreeg maakte me er niet geruster op. Misschien moest ik proberen de gebieden over te slaan waar die krokodillen rondzwemmen. Maar op het verspreidingskaartje zag ik een grote kleurige vlek, om alle eilanden van Papoea Nieuw Guinea heen.
Maar ach, zo’n kaartje is natuurlijk heel grof. Misschien hebben ze een voorkeur voor een bepaald soort water, dan kan ik daar omheen varen. ‘Meestal liggen ze in modderige ondiepe riviermondingen’. Dat scheelt, dat is sowieso niet mijn favoriete vaarwater. ‘Maar ze worden ook op volle zee aangetroffen’. Op volle zee.. een krokodil, zo alleen op reis, die valt misschien niet aan? Fout. ‘Verschillende vissersboten zijn aangevallen door zeven meter lange exemplaren’. En er was een Youtube-filmpje van.

Een ontmoeting met zo’n fossiele tank op een grauwe stille zee, met alleen een rubber zeil tussen mij en die tanden. Ik begon er over te denken om mijn plannen af te blazen. De krokodil, dat leek een niet aan te ontkomen gevaar. Zoiets als de gevaren van het leven zelf: onvermijdelijk, zelfs als je op je kamertje blijft zitten, of altijd netjes en eerlijk blijft, of juist wantrouwig wordt en agressief. Je weet niet wanneer en hoe, maar dàt het onheil komt, dat weet je.

Maar hoe ongrijpbaar het gevaar ook was, ik had uiteindelijk steeds één houvast: in Papua New Guinea varen ze zelf ook op zee, in kleine wankele bootjes. Het leek me dus het beste om in dat land zelf te kijken hoe het staat met die krokodillen. Te praten met de vissers van de kustdorpjes, die iedere dag de zee op gaan met hun kleine kano’s van uitgeholde boomstammen. Zo kon ik misschien wat meer vat krijgen op dat vage gevaar. Het leren kennen, en snappen hoe het zich gedraagt. Het nauwkeurig beloeren met een jagersoog. Met zijn zwaktes spelen. De risico’s inschatten, en op het juiste moment, als het dan moest, alles vergeten en het woeste vechtinstinct loslaten.

Ik heb geen krokodil gezien. Al die dagen niet.

En zo kwam ik langzaam achter de waarheid over krokodillen. Het meeste hoorde ik pas aan het einde van mijn tocht, van Johnny Tungapik, die met zijn gezin eenzaam in een dal naast een krokodillenmoeras woont.

En dan weet ik hoe het zit. De zoutwaterkrokodil, dat is de dronken autobestuurder op de A4.

‘Ze zijn schuw’, zei Johnny bij het houtvuur in zijn hut, ‘Ze verstoppen zich als ze mensen zien. Overdag liggen ze meestal verscholen in het riet of struikgewas om zich te warmen in de zon. Pas ’s nachts worden ze actief. Als je dan met je zaklamp naar het moeras gaat kun je overal hun felle ogen zien oplichten. Jammer dat het nu zo hard regent, anders had ik je er mee naartoe genomen.’

‘En komen ze ook wel eens op zee?’ ‘Soms. Vooral als het hard regent.’
‘Zoals de afgelopen dagen?’
‘Ja’.
Ik denk aan mijn aankomst hier, gisteren, vlak bij het moeras, in de tropische slagregen.
‘Ze zijn niet agressief hier.’ zegt Makis, Johnny’s vader. ‘ Alleen als ze gewond zijn of eieren leggen, dan moet je echt oppassen. Maar het is nu niet het seizoen.’

De volgende dag neemt Johnny me mee naar het moeras waar de krokodillen wonen. Het pad loopt door de begroeide strook langs het strand, daarachter glimt het water in de modder tussen de boomstammen. Uiteindelijk stoppen we bij een vennetje. Geen beest te zien.

We lopen terug over het strand. Johnny raapt af en toe een ronde steen op en stopt die in zijn tas. Voor zijn katapult. ‘Onder water zijn krokodillen trouwens totaal ongevaarlijk. Je kunt dan gewoon om ze heen zwemmen, en ze zelfs vastpakken’. Ik kijk hem ongelovig aan. ‘Echt. Ze kunnen onder water hun bek niet open doen, dus zijn ze weerloos.’

En dan weet ik hoe het zit. De zoutwaterkrokodil, dat is de dronken autobestuurder op de A4. Dat is de hersenziekte in dat ene lapje vlees. Dat is de chirurg die net het verkeerde dossier pakt. De hacker die precies bij jouw rekeningnummer uitkomt.

‘Langs de Sepik’, zeg Johnny later, ‘wonen briljante krokodillenjagers’. De Sepik is een machtige junglerivier die door Papua New Guinea stroomt.
‘Ze vangen krokodillen voor de huid en het vlees, dat vogelachtig smaakt. Ze kennen die dieren door en door.

‘Ze maken een harpoen en binden daar een flink stuk bamboe aan. Dan varen ze in een kano de rivier op, een roeier en een speerwerper. De speerwerper gooit de harpoen zo hard mogelijk in de romp van de krokodil. Die kromt en wentelt en spartelt in het schuimende water, tussen het dansende bamboehout. En de roeier peddelt zo hard mogelijk weg, naar de veiligheid van het land.
‘Dan wachten ze af. Tot de volgende dag. Want het hout dat aan de harpoen vastzit werkt als een boei, het drijft en blijft steeds aan het beest trekken. De hele nacht vecht de krokodil met de stok in zijn rug.
‘De mannen gaan kijken. Als de bamboe nog wild heen en weer zwaait over het water, wachten ze verder af. Als de stok stil ligt is de krokodil verzwakt, of dood. Dan slepen ze het beest naar de kant. Soms moeten ze een week wachten.’

terug naar de verhalen

Site by Alsjeblaft!