Jaco Benckhuijsen

Man in het Wild

Jaco Benckhuijsen is schrijver, producer, muzikant en avonturier in de wildernis. In 2019 verscheen zijn boek ‘Man in het Wild’, over drie zeekajaktochten aan de randen van de Grote Oceaan. Sinds kort is ook het album ‘Man in het Wild’ uit, op vinyl en digitaal.

Blog Ghana 2007: Blinde hond, auto-focus

Korte verhalen uit een weeshuis op het oneindige platteland van Ghaha, waar ik in 2007 werkte als vrijwilliger.

BLINDE HOND, AUTO-FOCUS

Eerst zie ik hem niet. Zijn kleren hebben de kleuren van de straat gekregen: roodbruine vlekken en geel stof. En zijn donkere armen vallen niet op tussen de dode stukken hout langs de kant van de weg. En hij zit geknield. Een oude bedelaar, met een grijze baard, en hij roept iets schuin omhoog dat ik niet kan verstaan. Het geld dat ik hem zal geven is morgen op, en dan zit hij daar weer, misschien zeggen de vrouwen die vanuit het open winkeltje naar me kijken dat ook tegen elkaar.

Nu ik dichterbij ben zie ik het: op de plaats van zijn ogen zitten twee morsige wit-gele vlekken. De man is blind. Hij roept nu iets in mijn richting, in het grote zwart waaruit de geluiden van voetstappen komen. Ik leg wat Ghanese bankbiljetten in zijn handen; zijn woorden en bewegingen worden doelgerichter, dorre takken en geluiden in dat grote zwart, in de richting van de klank van de voetstappen. De vrouwen lachen en roepen iets dat ik niet versta.

Ik wil misschien niet, maar ik moet kijken. Een rafelig oranje touw loopt van zijn nek naar zijn bedelpannetje en zijn stok. Van dat dikke kunststof touw waarmee wij de fietsen op onze auto’s binden. Het pannetje is van wit emaille en heeft wat roestige vlekken. Hij heeft al wat meer geld opgehaald. De stok lijkt in het bos gevonden, op lengte gemaakt, de bast van de tak geschild. Straks kan hij met zijn handen het touw volgen, zijn stok oprapen, in de lucht steken en door de straat schuifelen, kan hij de rammelende munten inruilen voor maispap en een zakje drinkwater.

Dan besef ik pas wat me zo raakt aan dit tafereel: die stok en dat pannetje zitten niet vast aan de man, maar het is andersom. Het versleten touw verbindt hem met het leven, met de enige dingen die hij terug kan vinden en hem in leven houden: een dode tak en een roestig pannetje. Heeft hij zelf die knopen om zijn nek gelegd? Nee, dat moet een ander zijn geweest.. zijn broer? of zijn buren misschien, en wat hebben ze toen gedacht? ‘Ach bedelaar, ik kan niks voor je doen, maar ik kan wel zorgen dat je niet steeds met je handen door het stof moet graaien als je je geld of je stok zoekt’? Of ‘weet je wat, ik bind zijn spulletjes aan hem vast, dan hoeven wij ze niet telkens voor hem bij elkaar te zoeken’.

Mijn arm glijdt naar de camera in mijn tas. Ik zag nog nooit zo duidelijk de ontluistering van een mens als bij deze geknielde man, als een hond vastgebonden aan zijn spullenin het stof en de brandende zon. Het is een extremiteiteen uiterste vorm van leven die hier voor me zit. Dit bestaat. Dit kan. Wij kunnen. Wij kunnen allemaal zo eindigen.. nee, niet eindigen, wij kunnen dus zo doorleven, zoals hij doet. Een pan en een stok en we leven. Dat is het dus. Het is zo essentiëel, maar het is ook zo verontrustend mooi, dit beeld.. ik wil die man filmen.

En terwijl mijn arm onderweg is, begin ik niets meer van mezelf te begrijpen. Een digitaal oog en een dode blik vanuit de gele vlekken: je ziet het niet, maar er gaat een onbekende man voor je staan, camera in één hand, arm licht gestrekt, af en toe een stapje opzij zettend voor een beter perspectief. Je weet het niet, maar de auto-zoom brengt je op het netvlies van talloze onbekenden, die het –heel kort- erg vinden dat je daar zit, in de volle glorie van je ontluistering. De filmer krijgt bevestigd en bewezen wat iedereen weet en niet wil weten: ellende trekt aan ons om duistere redenen. Ellende is een prachtig plaatje.

Camera bleef in de tas.

Woorden.

Site by Alsjeblaft!