Jaco Benckhuijsen

Man in het Wild

Jaco Benckhuijsen is schrijver, producer, muzikant en avonturier in de wildernis. In 2019 verscheen zijn boek ‘Man in het Wild’, over drie zeekajaktochten aan de randen van de Grote Oceaan. Sinds kort is ook het album ‘Man in het Wild’ uit, op vinyl en digitaal.

Blog Ghana 2007: God

Korte verhalen uit een weeshuis op het oneindige platteland van Ghaha, waar ik in 2007 werkte als vrijwilliger.

GOD

Er ligt zand in mijn bed. Door het zweet aan mijn lichaam blijven plakken toen ik gisteravond ging slapen. Ik steek een hand onder het klamboegaas door en breng de wekker tot zwijgen. 6 Uur. De buurman heeft zijn stereo al aangezet.

Nou zie ik wat er gek is deze morgen: Het licht staat aan. Het peertje beschijnt de vrolijk blauw geschilderde betonnen muren. Het brandde gisteravond toch niet? Ach natuurlijk. We hebben vannacht weer stroom gekregen. In Burkina Faso is zo weinig regen gevallen dat in het stuwmeer te weinig water staat om Ghana continu van stroom te voorzien.

Dan herinner ik me het gesprek weer dat ik gisteravond met David had. Het ging over God.

Als ik me ‘s avonds tegen de schemering afschrob in het onoverdekte betonnen washokje, dat door de hele buurt gebruikt wordt, komen uit de baobab-boom in de buurt vreemdgevormde schaduwen los. Ze fladderen in onvoorspelbare bochten rond de boom en vliegen daarna over mij heen, ver weg, uit het zicht. Vleermuizen, zo groot als duiven. Honderden vleermuizen beginnen zich in de avond te roeren in hun mysterieuze domein in de top van die hoge boom. En vliegen dan uit.

Volgens de mensen hier zijn het heksen. Bovenin de boabab-boom komen ‘s nachts de heksen bij elkaar. Ze verlaten het slapende mensenlichaam, ,vliegen de hut uit en zweven hoog boven de donkere straten van het dorp. ze hebben de tijd zolang de mens waarin ze wonen slaapt. Ze nemen andere, misleidende gedaantes aan. Ze lopen op hun hoofd over de donkere velden buiten het dorp. Ze ontvoeren kinderen uit het dorp en eten die op, hoog in de baobab-boom.

Niet dat de mensen in het dorp erg gebukt gaan onder dat gevaar. De boom staat gewoon midden in het dorp. Maar het is niet verstandig om er te dicht bij in de buurt te komen.

Bij het licht van de petroleumlamp sprak ik met David, het hoofd van het weeshuis,over de goden. Ik had al het vermoeden dat hij zin had om met mij over God wilde praten, want hij haalde de afgelopen dagen regelmatig de bijbel te voorschijn, las er in stilte wat uit en riep dan uit: ‘Thank you, Lord, for your wisdom!’ Het moest er van komen. Zou ik, net als zoveel andere vrijwilligers die hier komen, een ongelovige zijn? Dan zou ik ook bekeerd moeten worden.

In Ghana zie je overal uitingen van het christelijke geloof. Uit de VS is een extatisch en radicaal soort Pinkstergemeente overgewaaid, en op alle wagens, en alle winkels zie je spreuken die getuigen van dit geloof. Er zijn radiostations die continu preken uitzenden, in het Ewe, maar na iedere zin volgt de engelse vertaling. Aan die preken valt geen touw vast te knopen. Weinig van wat er gezegd wordt kan ik terugvoeren op Bijbelteksten. Het is eerder een grote waterval van woorden, morele gemeenplaatsen, kromme redeneringen en onnavolgbare analogïen. Ze worden over het land gestrooid, vervormd door de slechte geluidskwaliteit van goedkope Japanse radio’s, , en ook dat raspende geluid hoort bij het vuur waarmee het geloof wordt verkondigd. Gelovig zijn is hier een deugd waar je graag mee te koop loopt. op karren en busjes, in drogisterijen en bij de timmerman, overal wordt het dagelijks leven verbonden met god. ‘God’s way Chemical store’. ‘God is not your enemy Hairdresser’.

Bij ons wordt ook diep nagedacht over wat je op een winkelpui laat zien. Hoe krijgen we de doelgroep binnen? hoe zorgen we dat ze denken dat de winkel goedkoop is, maar niet te goedkoop, jong, maar niet te jong, en hip en bijdetijds genoeg? Welke kleuren nemen we, welk lettertype?

Ik vraag me af hoe ze dat hier doen. Is dat godsdienstige gepronk gewoon onzin, een lege gewoonte? Of kun je er hier klanten mee lokken? Of is het hier van veel groter belang dat niet de klanten, maar God Zelf de winkel goedkeurt? Als God zijn zegen geeft moeten de klanten toch vanzelf komen.. En staan de heilige leuzen op de busjes om klanten te lokken of om ze te behoeden voor de talrijke ongelukken die hier gebeuren?

David is zoals veel Ghanezen protestants-christelijk, op een manier die wij niet zo goed meer kennen. Waar de meeste christenen bij ons de grootste onwaarschijnlijkheden uit de bijbel relativerend bekijken, is voor David veel mythe de waarheid. Ook zijn argumentatie is verfrissend irrationeel, en niet bepaald gebaseerd op bijbelse passages. ‘Kijk toch naar de jaartelling’, zegt hij. ‘alle jaartallen zijn gerelateerd aan de geboorte van Christus. Iedereen op aarde gebruikt die jaartelling. Die mensen kunnen het toch niet allemaal mis hebben?’ Maar David, dat bewijst toch niet dat Christus ook bestaan heeft of dat hij de zoon van God is? Trouwens, meer dan 1 miljard Chinezen gebruiken een andere jaartelling. ‘Maar de Chinezen kennen wel kerstmis, en als de Olympische spelen worden gehouden gebruiken zij ook de christelijke jaartelling! Dat komt doordat ze weten dat Christus echt is.’

Op het oneindige platteland van Afrika praat ik met een donkere, oude man, 54 jaar, opgegroeid in analfabetisme en bijgeloof, die zich nu heeft voorgenomen om me te bekeren David reisde vroeger met 2 andere mannen rond als ‘magician’. Een magician is geen medicijnman. David was een entertainer, hij voerde goocheltrucs uit om de mensen in de dorpen te verbazen. Hij vindt nu dat hij toen dwaalde. 15 jaar geleden heeft hij zich bekeerd tot Christus. Dat betekent niet, zoals bij ons, dat we daarmee andere Goden (Wodan, Baäl, de Vliegende Hollander, Allah) niet meer serieus nemen en onschadelijk maken als fabels en nep-goden. Ghana heeft een rijke cultuur aan natuurgoden, ze worden vereerd in zogenaamde shrines, en voor David bestaan die allemaal net als Jahweh. Boven zijn hoofd krioelt het van de heksen, klapwiekend door de zwarte lucht. En dan heb je de krokodillengod en de olifantengod, die hier ook aanbeden worden. Ze bestaan allemaal. Alleen is God sterker. Het is dus eerder zo dat hij partij heeft gekozen voor een God die volgens hem het sterkst is en het beste met ons voorheeft; omdat hij geen offers vraagt. Het geloof in God is zijn betrouwbare bescherming tegen de macht van andere goden.

Ik heb een groot respect voor David, al was het maar omdat hij dit weeshuis runt en zorgt dat ik iedere dag een bord eten heb. Maar als hij me probeert te overtuigen vind ik dat ik hem ook mag laten zien wat dat betekent. In het licht van de petroleumlamp zeg ik: ‘zie ons hier zitten, David, bij het lamplicht, tegenover elkaar. De consequentie van mijn overtuiging is dat jij, samen met miljoenen anderen, in een leugen gelooft. En de consequentie van jouw geloof is dat ik, vrijwilliger in Ghana, na mijn dood voor miljoenen jaren van God en alle goeds verlaten zal zijn.’

Onder een sterrenhemel die zo anders is dan thuis loop ik later naar mijn onderkomen. Dat vind ik altijd zo verdomde moeilijk aan discussies over het geloof. De uiterste consequenties bekijken en je dan realiseren wat dat betekent.

Site by Alsjeblaft!